De glorie van de kleine cellen – rebellie tegen de macht van het getal

Afgelopen zondag ging ik weer voor in een kleine PKN-gemeenschap. Voor een gezelschap van welgeteld 12 hoorders. Het doet me denken aan een uitspraak van Remonstrants hoogleraar Christa Anbeek in haar boek Kwetsbaarheid omhelzen, over “…het laatste groepje schipbreukelingen dat zich op deze grijze zondagochtend had verzameld en zich vastklampte aan iets wat allang voorbij was.” Maar hoe totaal anders is mijn ervaring!

Zo geheel anders
Ik heb het boek niet gelezen en ga dat ook niet doen. De weergegeven citaten in de recensie van Bert Altena op Nieuwwij ontmoedigen me te zeer. Bijvoorbeeld als Anbeek schrijft: “Afgepeigerd en ontgoocheld stapte ik een paar uur later weer in de auto en reed door de nog steeds stromende regen naar huis. Hoe lang nog voordat ook hier de laatste kerkganger de deur zou dichttrekken?”
Als vrijzinnig voorganger word ook ik niet verwend met volle kerken, blakend van jeugd en vitaliteit. Ook als ik voorga in ‘gewone’ PKN-kerken signaleer ik krimp en het ontbreken van jeugd. Maar ik ervaar het zo geheel anders dan Anbeek. Nooit, nooit en te nimmer voel ik mij “afgepeigerd en ontgoocheld”. Integendeel, voorgaan geeft mij energie. En ik merk dubbel en dwars dat deze energie ook mijn hoorders bezielt. Juist het voorgaan in zo’n kleine gemeenschap stemt mij vrolijk.
Rara, hoe kan dat?

Bezieling
Het heeft allereerst te maken met de eigen bezieling. In mijn reisverslag Hellup!! Ik zoek een mens – en God omschrijf ik hoe “ik geïnspireerd werd door de dienst waarin ik zelf mocht voorgaan . Begrijp me goed, niet door mijn eigen formuleringen, maar door het GROTE ENE, dat mij altijd weer in vuur en vlam zet – en daarmee anderen. Ik voelde weer hoe die heerlijke gloed bezit nam van ons allen in dat kerkzaaltje”.
Het gaat niet om mij noch om mij als spreker, maar om datgene wat jou bezielt. Als je de urgentie en relevantie van je verhaal ervaart doet het er niet toe of dat voor tien grijze vrouwen en één man is, of voor duizend jongvolwassenen. Wat mij opvalt is juist dat die enkele bezoekers vaak zo zelfbewust en sprankelend reageren. Zij hebben er immers heel bewust voor gekozen om de parel te vinden in deze sobere entourage.   

Zo ook in de viering van zondagmorgen – die echt model staat voor andere vieringen. Ik kan niet ontkennen dat, toen ik het weinig uitstralende clubje zag – een beetje verloren in die grote kerk – mij even de malaise van Anbeek bekroop. Maar ik weet inmiddels hoe je je kunt vergissen in mensen en liet mij meenemen in de stroom van binnenuit. Na afloop, bij de uitgang,  stonden de individuen op uit dat grijze clubje en spraken afzonderlijk hun geraaktheid uit. En zo geheel anders dan wat zij als groepje hoorders uitstraalden profileerden zij zich als bewuste, vaak nog vitale ouderen, die zich graag laten inspireren door – nee, niet door iets wat al lang voorbij zou zijn – maar door een energieke, ons overstijgende werkelijkheid.

Iets wat allang voorbij is?
En nee, zij klampen zich niet vast aan “iets wat al lang voorbij is”. Het getuigt van verregaande onderschatting om kerkgangers daarvan te betichten. In Volzin betoogde Anbeek: “We hebben vanuit de traditie nog wel iets aan te bieden, maar sorry hoor, dat is dan niet Jezus.”

Daar stem ik als vrijzinnig mysticus van harte mee in! Maar ik wil dan ook juist ten volle inzetten bij datgene wat we vanuit de tradities – want niet alleen de christelijke traditie – nog wel te bieden hebben. Dat is een radicaal leven vanuit de Liefde. Dat is het universele GROTE ENE, dat mij nog altijd in vuur en vlam zet. En dat in deze verschrikkelijke, kille wereld niet genoeg geleefd, beleefd, verkondigd en bezongen kan worden.
En Jezus dan? Jezus is in mijn beleving de vleesgeworden Liefde, ook dienstbaar aan dat GROTE ENE, zoals hij overigens ook zelf zijn positie vaak relativeerde in het licht van zijn Bron, de ‘Vader’. Het is een van de grote misverstanden van de christelijke traditie dat hij is vergoddelijkt. Zijn stem mag een stem zijn naast de vele andere stemmen van liefde uit de tradities.   

Dat ENE, dat is niet iets ‘wat al lang voorbij is’. Het overstijgt alle kerkelijke vormen en christendom en überhaupt alle religie, maar tegelijk bieden die alle nog wel symbolen en metaforen om het tot uitdrukking te brengen. Ook als de kerk een vergrijsd, gemarginaliseerd groepje schipbreukelingen lijkt. Lijkt – want dat zijn ze bepaald niet. Ik proef daarentegen zelfbewustzijn, vrijheid, zelfstandig denken en ja, jeugdig elan.

En vooral ook honger naar de essentie van het leven. Lieve collega’s, laten we dat dan ook brengen. Een vrouw van middelbare leeftijd, vroeger kerkelijk zeer meelevend, vertelde me dat ze nooit meer ging. ‘Want’, zei ze, ‘als je nou elke week naar een groenteboer gaat en die heeft elke keer weer niet de groente die je nodig hebt, dan ga je op den duur niet meer naar die groenteboer.’
Wij hebben, ook als vrijzinnigen en PKN, goede, gezonde groente in huis, laten we die dan ook leveren met gulle handen!

Vergrijzing
Al vanaf mijn jeugd wordt er geklaagd over de vergrijzing in de kerk en het ‘probleem’ van de jeugd. Ik moet bekennen dat ik mij ook bezondigd heb aan inspanningen om dit probleem op te lossen. Tot ik mij realiseerde dat we het ontbreken van kinderen en jongeren helemaal niet erg hoeven te vinden. Een medesenior zei me laatst: “We moeten eens ophouden met dat gezeur over kinderen en jeugd in de kerk. Kinderen moeten spelen en jongeren moeten leven. De kerk is iets voor ouwe lullen net als jij en ik. Het is een kwestie van levensfase. Op onze leeftijd ga je pas echt nadenken over God en leven en dood.”
Dat is natuurlijk zwaar gechargeerd. In ieder geval was ik zelf in mijn jeugd de uitzondering op deze regel. En ik ontmoet nog steeds jongeren met belangstelling voor levensvragen en zelfs voor mystiek. Maar het kan wel kloppen wat de kerk betreft. Van oudsher heeft de kerk zichzelf te belangrijk willen maken in de levens van mensen gedurende hun hele leven. Laat kinderen en jongeren met rust.

Ook de vergrijzing in de vrijzinnigheid wordt altijd als een probleem gezien, terwijl het volkomen logisch en natuurlijk is. Een grijze dame uit de PKN vroeg mij om voor te gaan in een dienst. Toen ik meende haar te moeten waarschuwen voor mijn vrijzinnigheid zei ze: “Naarmate ik ouder word, word ik steeds vrijzinniger.”

Ik zie het overal om me heen, vrijzinnigheid als vrucht van de ouderdom. “Rechts onderin begonnen,” zei een collega, “links bovenin geëindigd.” Zo gezien is het niet meer dan logisch dat vooral vrijzinnige kerken uit grijze hoofden bestaan. Ook mystieke beleving komt trouwens meestal pas met de jaren. 
Daarom, wees trots op de vergrijzing!       

Tegen de macht van het getal
Vaak als ik voorga in weer zo’n qua aantal bescheiden gezelschap verontschuldigt men zich van te voren: “We zijn maar met een klein kluppie, hoor…” Met alle liefde probeer ik dit schaamtegevoel weg te nemen door te zeggen: “Het is fijn om hier voor te gaan. Het zijn de kleine cellen als deze die van grote betekenis kunnen zijn, juist voor een samenleving die alleen maar geilt op getalsmatig succes.”
Dat laatste formuleer ik dan netter, wees gerust. Maar ik bedoel het wel zo. En nee, niet om van de nood een deugd te maken, maar omdat ik ervan overtuigd ben dat kerk en religie tegencultuur behoren te zijn. Dat ze beter af zijn in de marge dan in het brede, succesvolle centrum. Dat de parel beter bewaard wordt in de kleine cellen dan in de stampvolle, vitale geloofsgemeenschappen. 
Ze zijn glorieus, die kleine cellen van stilte, Liefde, bewustwording. Ik ben altijd weer aangenaam verrast door de sprankelende mensen die ik er aantref. Niks schipbreukelingen…

Ik zou mij pas echt zorgen gaan maken als ik volle zalen zou trekken – wees niet bang, dat gebeurt niet. Zoals ik ook achterdochtig zou worden als mijn boeken bestsellers zouden zijn. Wees niet bang, dat gebeurt niet. Maar echt waar, dan pas zou ik gaan denken: “Hm… ik doe geloof ik iets fout.” Veel belangrijker dan de verkoopcijfers zijn voor mij de individuele reacties en vooral wie door het boek geïnspireerd worden, niet hoeveel.
De meerderheid heeft vrijwel altijd ongelijk.

Geloof in wat je inspireert. Geloof in wat je doet. En laat je niet meeslepen door de macht van het getal. Stel er een eer in dat je als steeds uitzonderlijker wordende kerkganger of kloosterling of eenzaat tot de minderheid behoort. Dat je met Kurt Cobain, de veel te jong overleden zanger van de rockgroep Nirvana, kunt zeggen: “I’m not like them.”  

Over Wim Jansen
Wim Jansen (1950) is theoloog, schrijver en dichter, aan christendom en religie voorbij – en uitgekomen bij de mystiek van de Liefde. Hij is emeritus predikant van Vrijzinnig Delft en de Vrijzinnige Koorkerkgemeenschap in Middelburg en was ook lange tijd werkzaam in het onderwijs, met name aan de Hogeschool Zeeland. Op 13 mei jl. verscheen van hem een nieuwe bundel met de mooiste liefdesgedichten, die hij schreef voor zijn geliefde ElianeEliane – liefdeslyriek. Zie voor achtergronden en eerdere publicaties zijn website www.wimjansen.nu.